Blind vertrouwen

Blind vertrouwen

Politici doen verkiezingsbeloftes en burgers die hen kiezen vertrouwen erop dat ze die beloftes waarmaken. Dit is een blind vertrouwen, want je weet als kiezer van tevoren niet of de politici die beloftes ook waar zullen maken. Het zou mooi zijn als kiezers politici vervolgens zouden beoordelen op basis van politieke prestaties in relatie tot die beloftes, want dan is het niet meer alleen vertrouwen op basis van woorden, maar vertrouwen op basis van daden. Onderzoek laat helaas zien dat er vrijwel geen relatie bestaat tussen politieke prestaties en politiek vertrouwen.

Onderzoeker Lisanne de Blok schreef er een artikel over in het D66 tijdschrift Idee 209 met de titel "Perspectief op politieke prestaties", een artikel dat gebaseerd is op haar proefschrift. In dat proefschrift "Democratic accountability at risk - The contingency of performance-based political trust" schrijft ze:

"democratic accountability has a critical function within representative democracies, as it is the core mechanism through which the people (the sovereign) can grant or withhold support for political authorities on the basis of their retrospective performance."

Tot zover de theorie. Hoe staat het in de praktijk met het beoordelen van die politieke prestaties?

De Blok schrijft in het artikel in de Idee dat er om te beginnen overtuigend bewijs is binnen de wetenschap voor een relatie tussen de staat van de economie en politiek vertrouwen. Ik vind het op zich interessant dat er zo'n relatie is, maar dat er een relatie is tussen deze twee betekent mijns inziens nog niet dat de een ook daadwerkelijk iets zegt over de prestaties van de ander. In hoeverre wordt de conjunctuur bepaald door het nationale economische beleid? Ik vermoed dat die invloed beperkt is. Bovendien zegt het niets over de kwaliteit van het beleid op alle andere beleidsterreinen. Het kan misschien slechter gaan met de economie ten gevolge van een beurskrach of een pandemie zoals Covid-19, en misschien was het milieubeleid, of het beleid op het gebied van waterhuishouding wel briljant en vernieuwend en heeft de verantwoordelijk politicus juist daar verkiezingsbeloftes over gemaakt. En als we kijken naar het lokale politieke niveau, dan is er al helemaal geen relatie meer met de politieke prestaties en de staat van de lokale economie. Lokaal economisch beleid is in de meeste gemeenten zeer marginaal. Ik spreek uit ervaring als voormalig wethouder verantwoordelijk voor economische zaken. Het budget dat ik had in de gemeente Weesp voor economisch beleid was €15.000 per jaar en 1 part-time ambtenaar.

De Blok constateert verder dat de politiek te complex is geworden voor burgers om politieke prestaties nog te kunnen beoordelen. Als het om het nationale niveau gaat dan is er enerzijds veel gedecentraliseerd en anderzijds zaken uit handen gegeven aan bovennationale organisaties als de EU. Anderzijds is het nationale politieke landschap steeds fragmentarischer en ontstaan er steeds grotere coalities, zoals nu van 4 partijen, waar dat veertig jaar geleden nog 2 partijen waren. Daardoor wordt het moeilijker om de prestaties aan één partij toe te schrijven.

Uiteindelijk blijkt uit het onderzoek van de Blok:

"Door de groeiende complexiteit van de politiek zijn burgers eerder geneigd hun vertrouwensoordeel op andere bronnen te baseren dan de daadwerkelijke prestaties van hun vertegenwoordigers. Twee alternatieve bronnen groeien in populariteit: de directe ervaringen van burgers met overheidsinstanties en hun partijvoorkeur."

Met andere woorden, als je een keer een slechte ervaring hebt met de meneer aan het loket van de gemeentebalie, dan vormt dat je oordeel over de prestaties van de politiek, of als je een goede ervaring had in het ziekenhuis, dan concludeer je al snel dat de politiek het wel goed voor elkaar heeft met de gezondheidszorg. De tweede "bron" voor het vertrouwensoordeel is op welke partij je stemt. Dat is in feite de omgekeerde wereld. Stem je voor D66, dan zit het wel goed met dat vertrouwen en als je Forum stemt, dan deugt er al snel helemaal niets meer aan de overheid.

Ik vond deze conclusies nogal schokkend. Zeker ook omdat de Blok tussendoor ook nog concludeert:

"Daarnaast is het ook zo dat tijd en energie schaars is, en burgers niet altijd zin hebben om dit te investeren in het inwinnen van informatie over de bevoegdheden en prestaties van verschillende politieke actoren." 

Met andere woorden, rationele onverschilligheid. Ik schreef er al over in mijn artikel over aantrekkelijke politiek. Het kost teveel moeite om je in de politieke prestaties te verdiepen, dus we kiezen allemaal voor de makkelijkste weg en baseren ons vertrouwensoordeel op onze eigen ervaringen met de overheid en ons oordeel over vertrouwen is simpelweg gebaseerd op de partij van onze voorkeur. 

Wat mij ook opvalt is de dialectiek tussen de verschillende politieke niveau's. Neem de nationale politiek. We kunnen daarover geen oordeel vellen omdat het te complex is. Met name omdat veel zaken niet meer op het nationale niveau worden bepaald, maar dankzij decentralisatie op het lokale niveau. Ook bepaalt de lokale ervaring met de overheid ons beeld van de nationale politieke prestaties. Over het lokale niveau schrijft de promoter van de Blok, Prof. dr. T.W.G. van der Meer in een artikel, dat in Nederland het vertrouwen in de lokale politiek nog behoorlijk hoog is, om er vervolgens achteraan te melden:

"However, the picture is much less positive if we look at the local democracy from the perspective of the monitoring citizen. The outcomes of municipal elections are largely dictated by national party preferences, which is both harmful for the process of representation before and the control and accountability after the election of the municipal council."

Kortom, de landelijke prestaties zijn te complex dankzij decentralisatie en de lokale prestaties worden niet gezien, maar kiezers bepalen hun keuze vooral op basis van de landelijke politieke voorkeur en de landelijke keuze op basis van hun lokale ervaringen. Ik vind het allemaal nogal verknipt en bizar.

Als we kritisch zijn, dan moeten we concluderen dat er op dit moment nauwelijks op feiten gebaseerde politieke accountability is. Kiezers vinden dat teveel gedoe, de politiek is te complex, er is een vage relatie met de economie die nauwelijks te rechtvaardigen is. Verder neemt de kiezer genoegen met de eigen subjectieve ervaringen en volgt men braaf bestaande politieke voorkeuren en baseert daar de mate van vertrouwen op. Dit beeld van de kiezer is weinig rooskleurig. Voor politici is het ook niet motiverend. Ze kunnen nog zo goed presteren, het zal bij de volgende verkiezingen niets uitmaken. Lokale politici worden uiteindelijk beoordeeld op basis van het beeld van de landelijke lijsttrekkers en de landelijke lijsttrekkers worden beoordeeld op basis van de lokale ervaringen met de overheid en of het toevallig goed of slecht gaat met de economie. Er is sprake van blind vertrouwen op basis van verkiezingsbeloftes en niet terzake doende aspecten. Ik vind het uitzonderlijk dat in een tijd waar targets en KPI's in elke sector aan de orde van de dag zijn, de politiek zelf op geen enkele meetbare en gerechtvaardigde wijze ter verantwoording wordt geroepen door de kiezer en dat dit de kiezer kennelijk ook niets kan schelen. 

Je zou verdrietig kunnen worden van bovenstaande conclusies, en ik herken de conclusies ook vanuit mijn eigen politieke carrière. Ik heb van dichtbij mee gemaakt hoe politici, die er een enorm potje van hebben gemaakt, zonder veel problemen herkozen worden, omdat de kiezer geen idee heeft van de incompetentie van de betrokken politici en omdat die politici wel heel handig waren in de media.

Dat we in een treurige situatie zitten betekent niet dat dit allemaal onvermijdelijk is. Ik blijf een onverbeterlijke optimist en zoals ik in de vorige artikelen al heb geschreven, de belangrijkste maatregel zit op het niveau van de informationele betrokkenheid. We moeten het gevecht aangaan met de rationele onverschilligheid van de kiezer. Door het toegankelijker en aantrekkelijker maken van politieke informatie zou je de drempel van de rationele onverschilligheid kunnen verlagen. Als je minder inspanning moet leveren om de juiste informatie te vinden en als die informatie ook zo aantrekkelijk wordt gepresenteerd dat het de kiezer ook sneller inzichten oplevert, dan haken de mensen ook niet meer zo snel af en wordt het makkelijker om ook daadwerkelijk politieke prestaties te beoordelen. Ik ben er steeds meer van overtuigd dat we ons hier met z'n allen op zouden moeten concentreren.